Beknopte versie
Locatieplan
2006-2011
van
scholengemeenschap De Triade
te Edam
Op koers !
Inhoud
Inleiding
Het profiel van De Triade
Impressie 2011
De onderwijskundige koers
Ten slotte
Inleiding
Op grond van een aantal discussies enkele basisstukken en de rapporten van de onderwijsinspectie, waaronder het PKO-toezichtrapport, is er een nieuw locatieplan opgesteld. Na gesprekken met het voltallige team in het najaar van 2006 is deze samenvatting van het plan tot stand gekomen. Het locatieplan geeft aan waar we als scholengemeenschap op koersen.Vooraf dient vermeld te worden dat onverlet blijft dat veel zaken goed gaan in de school en dat we met behoud van al dat goede gezamenlijk op pad gaan. Niet overhaast, maar op een verantwoorde wijze.
De basisdocumenten die gebruikt zijn, zijn de volgende:
a) Locatieplan ACE 2003-2007;
b) Koersnotitie 2004 Coornhert/TSZ;
c) Schoolplan Atlas College 2005-2010;
d) Notitie m.b.t. de nieuwe onderbouw.
Het locatieplan bestaat uit een viertal delen:
a) De karakteristieken van SG De Triade;
b) De onderwijskundige koers van SG De Triade;
c) Randvoorwaarden;
d) Activiteitenplannen van de kernteams, afdelingen en locatie.
Het profiel en de onderwijskundige koers van de Triade is nu gereed. De overige twee onderdelen zullen in het voorjaar worden toegevoegd.Wel zeggen we al iets over randvoorwaarden die van grote invloed zijn op de realisatie van de onderwijskundige koers.
Binnen het Atlas College is in 2005 een missie opgesteld die leidraad is voor de koers en het geheel van activiteiten van onze scholengemeenschap. Deze missie luidt als volgt:
Wij bieden onze leerlingen een veilige sociale omgeving en een betekenisvolle leeromgeving waarin zij actief, zelfstandig en op basis van de eigen specifieke talenten kunnen werken aan de verwerving van die kennis, vaardigheden en persoonlijke kwaliteiten die zij nodig hebben voor een succesvol persoonlijk leven, voor een succesvolle loopbaan binnen het bij hun talenten passende vervolgonderwijs, voor kansrijk functioneren op de toekomstige arbeidsmarkt en om een positieve, kritische bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van onze samenleving.
Het locatieplan geeft de richting aan waar we als school naar toe willen werken. Op grond van dit plan worden activiteitenplannen gemaakt die heel concreet aangeven waar we aan werken. Zo concreet dat ook meetbaar is of we de daarin gestelde doelen/ resultaten halen of niet.
Het koersdeel van het locatieplan is vooraf verwoord door de schoolleiding, daarbij ondersteund door de onderwijskundig stafmedewerker van het Centraal Bureau van het Atlas College en vervolgens besproken met het voltallige personeel. Duidelijk werd in de gesprekken dat we grote ambities hebben, maar dat we de realiteit niet uit het oog moeten verliezen. Met andere woorden: de koers is bepaald, maar op grond van de realiteit van alledag zullen we het tempo bepalen en onze ambities eventueel moeten bijstellen. De activiteitenplannen worden opgesteld door het hele team, waarvoor het plan bestemd is, en sluiten aan bij het locatieplan
Namens de schoolleiding van SG De Triade,
Feiko Kuiper,
locatiedirecteur
Het profiel van De Triade
Het onderwijs op SG De Triade wordt in de komende jaren gekarakteriseerd door:
1) het maximaal benutten van de unieke talenten van iedere leerling bij het ontwikkelen van zijn kennis, vaardigheden en attitudes
2) de grote nadruk op leerlingenparticipatie
3) de sterke verwevenheid van het onderwijs, zowel inhoudelijk als organisatorisch, met de (regionale) samenleving
4) het creëren van een broedplaats voor technisch talent
5) een grote zorgvuldigheid in de zorg die we bieden
6) het moderne karakter, met een grote rol voor digitale media
7) een veilige en respectvolle omgeving voor leerlingen en medewerkers
8) een eenvoudige, heldere organisatie voor zowel leerlingen als medewerkers en duidelijke communicatie hierover.
De keuze voor juist deze karakteristieken wordt ons ingegeven door:
- de constatering dat veel leerlingen onder het niveau waarop zij door de basisschool waren ingeschat, uitstromen. Wij willen ons hier niet bij neerleggen en zien er een grote uitdaging in om ons onderwijs zodanig gedifferentieerd vorm te geven dat aan de mogelijkheden van elke leerling recht wordt gedaan. Overigens, wat hier staat voor de leerling, geldt ook voor de docent: ook diens unieke talenten willen we benutten om onderwijs op maat vorm te geven.
- onze overtuiging dat de motivatie van de leerlingen recht evenredig is met de mate waarin zij verantwoordelijkheid kunnen dragen voor hun (leer-)gedrag.
- onze visie dat leerlingen moeten ervaren dat ze op school kennis, inzicht, vaardigheden en houdingen kunnen opdoen waarmee ze invloed kunnen uitoefenen op hun directe omgeving. De scheiding tussen schoolse kennis en het dagelijks leven willen we hiermee zoveel mogelijk voorkomen. Daarnaast speelt bij deze verwevenheid tussen school en samenleving ook een rol dat we alleen in hechte samenwerking met het regionale bedrijfsleven relevante beroepsopleidingen kunnen vormgeven.
- onze lange geschiedenis in het afleveren van voor hun toekomstig beroep gemotiveerde en geëquipeerde leerlingen aan het vervolgonderwijs en aan de arbeidsmarkt
- onze ervaring dat onze leerlingen veel zorg behoeven en dat de kwaliteit van de zorg en van hun leerproces gebaat is bij zorgvuldige procedures
- ons streven om zoveel mogelijk aan te sluiten bij die elementen uit de belevingswereld van onze leerlingen die hun leren kunnen bevorderen. Onze leerlingen behoren tot de ‘netgeneratie’ voor wie het omgaan met digitale media een vanzelfsprekendheid is. M.b.v. deze media kan een brug geslagen worden naar een schat aan informatie en oefenmogelijkheden die het leerproces van de leerlingen kan voeden. Daarnaast speelt bij dit punt mee dat we de leerlingen willen opleiden tot moderne beroepsbeoefenaars die zich vlot en kritisch kunnen bedienen van alle digitale hulpmiddelen die hun nu en in de nabije toekomst ter beschikking staan
- onze ervaring dat leerlingen en medewerkers alleen dan kunnen leren als zij zich veilig en gerespecteerd weten
- onze overtuiging dat onze populatie een grote behoefte heeft aan duidelijkheid, wat betreft de organisatie van het leer- en werkproces én wat betreft de communicatie hierover.
In het locatieplan wordt veel terugverwezen naar bovengenoemde karakteristieken. Bij het opstellen van de activiteitenplannen zijn ze bepalend bij de selectie van activiteiten.
Enkele collega’s hebben een impressie geschreven van De Triade in 2011. Duidelijk moet zijn dat de school ook in 2011 nog duidelijk herkenbaar zal zijn als school waar vooral lesgegeven wordt in klassen, onder begeleiding van docenten, met medewerking van onderwijsassistenten. Maar ook zal er het een en ander veranderd zijn. Veranderingen die aansluiten bij de leerlingen, de omgeving en de wereld waarin we dan leven. Ongetwijfeld zal de situatie in 2011 anders zijn dan in de beschreven impressie, maar het geeft een beeld van een zich ontwikkelende school, zoals wij die nastreven .
Impressie 2011
Het is 1 april 2011. We lopen het schoolplein van SG De Triade op. Het pad naar de ingang ziet er kleurrijk uit. Onlangs heeft een groep leerlingen daarop een stoepschildering aangebracht, geïnspireerd op Boeddha’s acht stappen naar de Verlichting, uitvloeisel van het onderbouwproject Wereldgodsdiensten. Bij binnenkomst valt meteen een aantal bouwwerken van leerlingen op, mobiles van hout en metaal die aan het plafond bungelen, en vervaarlijke robotachtigen die in een vitrinekast staan. Uit de toelichting die aan de muur hangt, begrijpen we dat dit producten zijn uit een project over beweging waarin bovenbouwleerlingen allerlei onderzoeken m.b.t. beweging hebben uitgevoerd. Een bijzonder contrast vormt het leerlingenwerk met de oude schoolplaten van Isings die in de hal hangen en waarop ambachtelijke bewerkingen in nog steeds bestaande beroepen staan afgebeeld.
In de hal lopen we tegen een balie aan waarachter een leerling zit. Deze begroet ons vriendelijk en zelfbewust en vraagt naar het doel van ons bezoek. Komen we met een verzoek voor een bepaald product of een bepaalde dienst? Hij wijst ons op een scherm op de balie waarop een presentatie van recentelijk door leerlingen geleverde producten en diensten draait. Indrukwekkend en gevarieerd: een plankje op de rollator van de buurvrouw, enkele stoeltjes en een grote schilderijlijst voor een peuterspeelzaal, een website voor de volleybalvereniging, een schilderopknapbeurt voor het jeugdhonk, een maquette voor de inrichting van het plein van een van de basisscholen, een computernetwerk voor de woongemeenschap van verstandelijk gehandicapten en ga zo maar door. We vinden het jammer dat we niet met een dergelijk verzoek komen. Het is duidelijk dat de jongen achter de balie ons graag van dienst zou zijn. Nu regelt hij dat elders uit de school vandaan een medeleerling komt die ons verder zal rondleiden. Net als de baliedienst een manier voor leerlingen om studiepunten te behalen en in hun portfolio hun voortgang op sociaalcommunicatieve vaardigheden te bewijzen.
In de aula van de school valt ons het grote, centraal opgestelde podium op. Onze gids vertelt ons enthousiast dat hier heel vaak presentaties en optredens te zien zijn. Vorige week nog heeft een groep onderbouwleerlingen hier hun musical Light opgevoerd, deels in het Engels, deels in het Nederlands, ondersteund door een lichtshow waarvoor de bovenbouwleerlingen van de ICT-route en Techniek verantwoordelijk waren. Onze gids, zelf deelnemer aan de ICT-route, geeft hier binnenkort een presentatie n.a.v. haar onderzoek naar de werking van lasers. Is dat niet eng, willen wij weten. Wel een beetje maar gelukkig presenteer je hier zo vaak je werk, aan je medeleerlingen en docenten natuurlijk, maar ook aan opdrachtgevers en aan je ouders, dat het wel went.
Overal in de school zijn groepen leerlingen aan het werk. De meeste groepen beschikken over een laptop die contact heeft met de elektronische leeromgeving van de school en waarop ze hun opdrachten en bijbehorend materiaal, ook in de vorm van verwijzingen naar boeken, vinden. Bij elke opdracht staat vermeld wie de opdrachtgever is (van binnen of van buiten de school), aan welke eisen het product moet voldoen, welke experts geraadpleegd kunnen worden, welke cursussen er verband mee houden en evt. hoe de opdracht door anderen is aangepakt. Je kunt goed merken dat de meeste leerlingen al langer op deze manier werken want het werk in de groepen wordt efficiënt verdeeld, klooiende medeleerlingen worden stevig aangesproken en er vliegen veel ideeën over tafel over hoe een bepaalde klus aangepakt kan worden.
Zijn er ook nog ‘gewone’ lessen, vragen we voorzichtig aan onze gids. Ze lacht: die vraag wordt nou altijd gesteld. Jazeker, er zijn heel veel lessen. Die worden gegeven door docenten, door leerlingen en door experts van buiten de school. Elke week staan de te geven lessen op een groot aankondigingenbord in de aula. Vroeger waren er schermen met roosterwijzigingen; die waren op een gegeven moment niet meer nodig omdat je altijd aan het werk kon, of er nu een docent was of niet. Nu dus de aankondigingen die je meeneemt als je jouw eigen weekrooster opstelt. Sommige lessen zijn verplicht omdat die bijv. bij een onderwerp horen dat je met je hele klas behandeld hebt; voor andere kun je kiezen. Het leuke is ook dat je als leerling een les kunt geven. Dat is eigenlijk net weer een graadje moeilijker dan een presentatie. Bij een les moet je ook nog nadenken over opdrachten voor je medeleerlingen waarmee ze kunnen laten zien dat ze begrepen hebben wat je verteld hebt. Het voordeel is wel dat je zelf zo’n onderwerp kunt dromen.
Hoe houden jullie bij wat je leert? De gids loopt naar een PC. Ze logt razendsnel in op de elektronische leeromgeving (“Moodle, maar wij noemen het Poedel”) en klikt naar het bestand ‘portfolio’. Daarin zien we een onderdeel ‘leerlijnen’ waarop zij heeft aangegeven hoe ze zich ontwikkelt op het gebied van bijv. een verslag schrijven, gesprekken in het Engels voeren, grafieken maken en interpreteren, fysische verschijnselen verklaren. Klikt ze door op zo’n lijn, dan komen er bewijzen van haar ontwikkeling in beeld: een aantal van haar verslagen, met een beoordeling door de docent, een filmpje van een gesprek met een Engelstalige vluchteling uit Uganda, een prachtige grafiek n.a.v. een onderzoek naar de snelheid van auto’s op de Provinciale weg. Elke zes weken bespreekt ze dit portfolio met haar ouders en haar mentor en dan maken ze afspraken voor waar ze de komende periode extra aan gaat werken.
En in die zes weken moet ze het zelf maar uitzoeken? Nee, wijst ze ons, kijk maar goed. Daar en daar en daar ook zijn leerlingen met hun mentor in gesprek. Je mentor houdt je scherp op waar je mee bezig bent. Je mentor trekt minstens twee jaar met je op dus die weet ook precies wat lastig voor jou is. Soms ziet die nog sneller dan jijzelf dat je op een bepaald punt bent vooruitgegaan. Dat is hartstikke fijn want al die verantwoordelijkheid is wel prachtig maar een steuntje in de rug is evengoed heerlijk. Zo wordt elk groepje leerlingen dat met een opdracht bezig is, ook intensief begeleid door een docent. Die kijkt niet alleen of iedere leerling wel een bijdrage levert, maar ook of het werk wel voldoende kwaliteit heeft. Mensen denken wel eens dat we hier maar wat aanklooien, maar we moeten juist heel hard werken en kwaliteit leveren. Wie het er bij laat zitten, wordt meteen aangepakt: een stevig gesprek, extra begeleiding, een gesprek met de groep, alles wat maar nodig is om iemand weer goed aan het leren te krijgen.
Een groepje leerlingen zit in een werkkamertje druk te telefoneren. Het blijkt dat ze sponsors aan het zoeken zijn voor het panna-toernooi dat zij aan het organiseren zijn. Op tafel ligt hun draaiboek waarin ze precies hebben aangegeven wie wanneer wat moet doen. Op hun laptop laten ze even snel zien hoe het reglement voor het toernooi er uitziet, hoe de wedstrijdplanning is en, maar dat is nog geheim, hoe Klaas-Jan Huntelaar in een videoboodschap de deelnemers toespreekt. Dan moeten ze weer verder want ze willen per se kostendekkend draaien en dus zijn er nog wat sponsors nodig.
Het is inmiddels pauze, de kantine stroomt vol met leerlingen en docenten. Vroeger zaten die apart maar dat is allang niet meer. We horen een zacht muziekje; die mix wordt iedere week door een ander groepje leerlingen gemaakt. Boven de balie draait een lichtkrant: elke dag kiest een andere groep een tekst uit die hierop draait; dit keer – het waait inderdaad nogal hard – een oude songtekst van the Cats, “One way wind”. Als we goed kijken naar de gang van zaken in de kantine, dan valt ons het wederzijds respect op, in de manier waarop mensen naar elkaar luisteren en met elkaar praten. “We hadden laatst een sollicitatieprocedure voor een nieuwe docent”, zegt onze gids, ”en de mensen die we voor een gesprek hadden uitgenodigd, vonden het stuk voor stuk hartstikke goed hoe de leerlingen hier over alles meepraten”.
Na de pauze stromen de leerlingen weer, de een wat vlotter dan de ander, naar hun werkplekken. Een groepje docenten blijft hangen. Zij blijken met elkaar te brainstormen over de invulling van het thema ‘Je stad’ en dan in het bijzonder over de manier waarop zij de leerlingen kunnen stimuleren om efficiënt en effectief hun eigen leervragen m.b.t. dit thema te formuleren. Niet altijd alles maar eindeloos voorstructureren, maar prikkelen, uitdagen, spiegelen, dat is de rode lijn in het gesprek.
Ons hoofd zit vol indrukken die we graag even laten bezinken. De leerling achter de balie wijst ons er, voor we de school verlaten, nog op dat we op een PC het beoordelingsformulier voor gids en receptie kunnen invullen. Dat doen we graag, onder de indruk als we zijn van hun prestaties. Au revoir, auf Wiedersehen, zou een andere Volendamse band zeggen.
De onderwijskundige koers
a. Programma
De basis voor het programma-aanbod wordt natuurlijk gevormd door de kerndoelen voor de onderbouw en de examenprogramma’s voor de bovenbouw. We zullen bovendien goed nagaan hoe we onze programmering zo kunnen doen dat de samenhang tussen de vakken, de afdelingen en de kernteams versterkt wordt. Wat de bovenbouw betreft verwachten we in de komende jaren het aantal examenprogramma’s te vergroten. Nieuwe programma’s als de ICT-route en Technologie bieden de mogelijkheid ons profiel sterker neer te zetten.
In het schoolplan van het Atlas College worden een drietal ontwikkellijnen voor de programmatische ontwikkeling beschreven. In ons locatieplan geven we aan waar we in 2011 denken te staan. In onze jaarlijkse activiteitenplannen zullen we aangeven m.b.v. welke activiteiten we stappen zetten in de gewenste richting.
Het koersdoel van De Triade voor de komende 5 jaar:
1. Voor al onze opleidingen is zicht op de kennis, inzicht, vaardigheden en persoonlijke
kwaliteiten die leerlingen moeten hebben om naadloos door te kunnen stromen naar de mbo-opleiding van hun keuze, naar HAVO 4 elders, dan wel naar een plek op de arbeidsmarkt;
2. Van al onze opleidingen is het programma zodanig beschreven dat de relatie met de kerndoelen onderbouw resp. de exameneisen duidelijk is;
3. Vakspecifieke kennis en vaardigheden worden in nauwe samenhang met elkaar
aangeleerd. Waar mogelijk gebeurt dit vakoverstijgend (in projecten of leergebieden);
4. Er zijn doorlopende leerlijnen naar het mbo op basis van de competenties waarover leerlingen voor een bepaalde beroepskwalificatie moeten beschikken;
5. Er is een breed programma-aanbod met veel keuzemogelijkheden voor de leerlingen, waarin leerlingen worden uitgedaagd het beste uit zichzelf te halen;
6. In samenwerking met het mbo zijn doorstoomprogramma’s ontwikkeld t.b.v. specifieke groepen leerlingen;
7. Voor de overstap van onder- naar bovenbouw zijn persoonlijke leerlijnen ontwikkeld;
8. De programmatische aansluiting tussen PO en de onderbouw is versterkt door structureel regionaal overleg op zowel beleids- als uitvoerend niveau (gastdocentschappen van PO in VO en v.v.);
9. Van onderbouw naar bovenbouw zijn doorlopende leerlijnen ontwikkeld;
10. Onze programma’s sluiten optimaal op die van het mbo en havo aan. Onze docenten hebben structurele contacten met en lopen regelmatig stage in het mbo en het bedrijfsleven.
b. Pedagogiek
Gezien de karakteristieken uit deel I gaat het in ons schoolklimaat en ons pedagogisch handelen om de volgende sleutelbegrippen:
- het bieden van veel keuzemogelijkheden om de leerlingen de eigen talenten maximaal te laten ontwikkelen
- het leggen van veel verantwoordelijkheden bij leerlingen en hen daarmee leren omgaan
- het creëren van een betekenisvolle context voor het onderwijs.
Wij hebben de volgende koersdoelen verwoord:
1. Er is een klimaat waarbij de relaties gelijkwaardig zijn, regels waar mogelijk in overleg bepaald worden en waarin iedereen verantwoordelijkheid neemt voor bijv. het oplossen van door zijn gedrag ontstane problemen;
2. M.b.t. de materiële verantwoordelijkheid: leerlingen zijn actief betrokken bij de inrichting en het onderhoud van lokalen en deelschoolpleinen.
3. M.b.t. de inhoudelijke verantwoordelijkheid: leerlingenraad en schoolkrant vervullen een centrale rol in de school. Er is veel aandacht voor de communicatie tussen leerlingenraad en achterban. De leerlingenraad bepaalt, voor zover mogelijk, samen met de schoolleiding de regels die in de school gelden. Leerlingen worden consequent aangesproken op grensoverschrijdend gedrag. Leerlingen zijn opgeleid tot mediator. Waar nodig kunnen hbo-studenten worden ingezet als ‘maatje’.
4. Docenten benadrukken succeservaringen bij leerlingen en leggen de nadruk op de bijzondere kwaliteiten van elke leerling. Leerlingen worden systematisch betrokken bij gesprekken over hun voortgang. Streven is dat elke leerling een portfolio heeft, waarin de persoonlijke groei in de te verwerven kennis, vaardigheden en persoonlijke kwaliteiten wordt bijgehouden. De leerlingen worden gestimuleerd te leren van hun fouten.
5. De leerling werkt veelvuldig in een betekenisvolle context. PSO wordt projectmatig aangepakt. De avo-vakken zijn inhoudelijk grotendeels geïntegreerd met de beroepsvakken. De beroepsvakken zijn hierbij leidend. Dit doel wordt ook omschreven bij didactiek, omdat het bij beide onderdelen speelt.
c. Didactiek
Differentiatie en inzet van activerende didactiek zijn de sleutelbegrippen waar we, gezien onze programmatische en pedagogische voornemens, aan willen werken. De nadruk moet veel meer dan nu het geval is komen te liggen op het leren van de leerling. Het zweet moet op de juiste rug.
Dit betekent dat we aan de volgende koersdoelen gaan werken:
1. De voorkennis van elke leerling wordt systematisch geactiveerd bij elke leeractiviteit;
2. Het aantal concrete toepassingssituaties van geleerde kennis en vaardigheden is sterk uitgebreid;
3. We gaan het projectonderwijs en het werken met prestaties verder ontwikkelen, waardoor toepassing meer voorop komt te staan en kennis en vaardigheden daar dan uit voortvloeien;
4. Kennisnemen van en rekening houden met verschillende leerstijlen en intelligentieprofielen. Kennen van verschillen en bijbehorende werkvormen. Docenten zijn in staat adequaat om te gaan met deze verschillen;
5. Leerlingen houden i.s.m. hun coach/mentor hun portfolio bij, om zo op een systematische wijze te doen aan zelfreflexie;
6. Samenwerking tussen leerlingen is een structureel onderdeel van het leerproces;
7. Er is in ruime mate aandacht voor de verschillen tussen leerlingen. In opdrachten wordt gedifferentieerd naar tempo, niveau en leerstijl. Leerlingen helpen elkaar waar mogelijk;
8. De leerling werkt veelvuldig in een betekenisvolle context. PSO wordt projectmatig aangepakt. De avo-vakken zijn inhoudelijk geïntegreerd met de beroepsvakken. De beroepsvakken zijn hierbij leidend;
9. Leerlingen hebben veel invloed op de manier waarop zij hun leeractiviteiten vormgeven, door keuzes m.b.t. de wijze van verwerken;
10. ICT-middelen worden geïntegreerd ingezet in alle programmaonderdelen.
Het aanbod is gedeeltelijk en het portfolio geheel beschikbaar in een elektronische
leeromgeving;
11. Leerlingen zijn in staat zich te presenteren naar elkaar, naar de docenten en naar externe
instanties toe
d. Onderwijsorganisatie
Onze onderwijsorganisatie moet het realiseren van de programmatische, pedagogische en didactische plannen mogelijk maken. Als we onze organisatie zo houden als hij nu is, weten we zeker dat we in de knel komen:
- de lessen zijn te kort om de meer activerende werkvormen tot hun recht te laten komen
- de versnippering in vakken gaat het werken aan een meer competentiegericht onderwijs tegen
- de versnippering werkt integratie van avo- en beroepsvakken tegen.
Dit betekent dat we ons in de komende jaren nadrukkelijk zullen oriënteren op andere modellen van onderwijsorganisatie.
In de onderbouw van onze school werken we toe naar scenario 3, waarbij het mogelijk is dat een enkel team de stap zal zetten naar scenario 4. In de bovenbouw zal de eerste jaren scenario 2 verder worden uitgewerkt en vervolmaakt. Van belang is dat er afstemming is tussen onderbouw en bovenbouw om doorlopende leerlijnen te verbeteren en te waarborgen.
e. Leerlingenzorg
De Inspectie beoordeelt de leerlingenzorg op SG De Triade als goed. Dit oordeel heeft betrekking op het analyseren van de problemen bij leerlingen, het bieden van zorg, het werken in de teams en het gebruik maken van ketenpartners. De achilleshiel van onze leerlingenzorg is de kwaliteit van ons mentoraat. Uiteindelijk staat of valt daar onze zorg mee. Wij delen de zorg van de Inspectie op dit punt dat er nog geen sprake is van een constante kwaliteit. Bovendien willen we in de komende jaren het planmatige karakter van onze leerlingenzorg vergroten.
In de volgende koersdoelen wordt dit streven uitgedrukt:
1. Er is een geïntegreerd model van leerlingenzorg, waarbij de mentor de centrale rol heeft en
elke mentor de 7 vastgelegde standaarden beheerst;
- Voor specifieke groepen leerlingen blijven er specialisten, grotendeels als tweedelijnsfunctie;
- OPDC is vraagbaak bij leerling-bespreking en voor nazorg, daar waar het gaat om reguliere begeleiding;
- Extra zorg is noodzakelijk voor leerlingen met LGF (rugzak); ex-OPDC’ers; leerlingen waarbij schoolmaatschappelijk werk ingezet dient te worden;
- Extra zorg binnen de school geschiedt door eigen specialisten (Sova, schoolmaatschappelijk werk, dyslexie, remedial teaching en faalangstreductietraining), ze werken vooral in de tweede lijn, gericht op versterken mentor en kernteam;
- We maken gebruik van bovenschoolse voorzieningen, in het bijzonder de ambulante begeleiding vanuit OPDC en REC4., gericht op versterken van de mentor en het kernteam;
- Er is een zorgplan met uitgewerkte procedures rond specifieke zorgbehoeftes. Er is een transparant systeem voor indicering, doorverwijzing en herplaatsing.We zullen verder investeren in de kwaliteit van de medewerkers.
f. Personele ontwikkeling
Om de ambitieuze doelen te bereiken die we in de voorgaande hoofdstukken gesteld hebben, is personele ontwikkeling de sleutelfactor. Hier willen we in de komende jaren veel tijd aan besteden.
We koersen af op de volgende realisatie van doelen:
1. Activiteitenplannen van teams leveren de input voor POP ’s;
2. Kernteamleden sturen de eigen ontwikkeling binnen door de locatie gestelde kaders. In de POP ’s van de medewerkers wordt een verband gelegd tussen hun eigen ontwikkeling en die van hun team;
3. Leren en gebruik maken van verschillen tussen medewerkers;
4. Er is veel ruimte voor experimenteren en reflecteren (rondom projectweken, in kernteams, in de POP-cycli);
5. Successen worden systematisch benadrukt. Reflecteren en evalueren maken het mogelijk om van fouten te leren;
6. Het scholingsplan vloeit voort uit de activiteitenplannen.
g. Algemene organisatie
We hebben binnen De Triade gekozen voor een kleinschalige aanpak met drie ruimtelijke eenheden:
- de deelschool Coornhert (onderbouw)
- de deelschool Zuiderzee (idem)
- de deelschool Bovenbouw.
Hierin werken in totaal vijf kernteams: Coornhert, Zuiderzee, bovenbouw basisberoeps, bovenbouw kader/gemengd/theoretisch en LWO/LWT .
In deze organisatie willen wij de volgende ontwikkeling doormaken:
1. De kernteams zijn in 2011 kernpunt van ontwikkeling. Daarnaast stemmen docenten die een
bepaald leergebied of vak in diverse kernteams verzorgen, onderling af, t.b.v. de doorgaande
leerlijnen
2. De kernteams bepalen met hun activiteitenplannen de onderwijskundige ontwikkeling van de
locatie, binnen de kaders van het schoolplan. De samenstelling van de kernteams is bepaald op basis
van kenmerken van het programma dat zij uitvoeren.
3. Vliegwielen worden gestimuleerd. Voorbeelden van good practice worden volop uitgewisseld. Er is
nadrukkelijk aandacht voor de resultaten en effecten van innovaties; de kwaliteitscyclus PDCA (Plan, Do ,
Check , Act ) vervult hier een belangrijke rol bij.
Tevens willen we in de komende jaren nagaan in hoeverre de samenstelling van de directie en de taakverdeling tussen directie en kernteamleiders bijstelling nodig heeft om de organisatie goed te laten verlopen en optimaal de ruimte te kunnen geven aan de kernteams.
h. Samenhang en resultaten
In het koersdeel van een locatieplan dient volgens het schoolplan samenhang aangebracht te worden tussen:
- de diverse elementen van het onderwijskundige beleid: in de schema’s bij ‘programma’, ‘pedagogiek’ en ‘didactiek’ is hiervoor al een aanzet geleverd. Van belang is nog de vraag welke prioriteiten er locatiebreed zijn. Het betreft hier in elk geval:
o al die maatregelen die het rendement van ons onderwijs gaan verhogen. Dit is gezien de kritische opmerkingen van de Inspectie over de afstroom binnen de school en over de examenresultaten in een aantal opleidingen dringend noodzakelijk.
o alle activiteiten die het realiseren van de in het profiel genoemde karakteristieken dichterbij brengen.
- het onderwijsbeleid, de personele ontwikkeling en het algemeen organisatorische beleid: uit het voorgaande is helder geworden dat de onderwijskundige ontwikkelingen die wij voorstaan, veel van de ontwikkeling van onze docenten zullen vergen. We merken bereidheid om deze uitdaging aan te gaan. Daarnaast ervaren we dat de organisatie in kernteams, die we vanaf de start van SG De Triade hebben neergezet, gunstige voorwaarden creëert om de beoogde ontwikkelingen tot stand te brengen. In onze kernteams leren onze docenten samen op een manier die overeenkomt met hoe wij willen dat leerlingen gaan leren. Deze overeenkomst, tot stand gebracht door onze algemene organisatie, maakt het mogelijk om samenhang tussen de onderwijskundige ontwikkeling en de personele ontwikkeling te realiseren.
- het onderwijskundige beleid, het personele beleid en het organisatorische beleid enerzijds en het beleid dat ingezet wordt op randvoorwaardelijk gebied anderzijds. Uit het voorgaande is duidelijk geworden dat:
o er op diverse terreinen scholing voor docenten noodzakelijk is. Hiervoor zullen voldoende middelen vrijgemaakt moeten worden.
o er gericht geïnvesteerd zal moeten worden in ICT, zowel hardware als software. Hiertoe zal de investeringsbegroting voor de komende vijf jaar aangepast worden. Tevens zal binnen de post ‘leermiddelen’ van de exploitatiebegroting voorrang gegeven worden aan ICT-middelen.
o er veel ontwikkelingen zullen zijn, waarvan het effect op het leerrendement van leerlingen niet op voorhand valt vast te stellen. Uiteraard gaan we uit van een positief effect; onderzoeken wijzen hier ook op. Toch vinden we het van groot belang dat we systematisch de ontwikkelingen in de resultaten van onze leerlingen en de relatie tussen deze resultaten en de onderwijskundige ontwikkeling onderzoeken. Met de planmatige aanpak van het veranderingsproces die in dit locatieplan gestalte krijgt, geven we hiertoe een belangrijke aanzet. In overleg met de afdeling Kwaliteitszorg zullen we een evaluatieplan opstellen waarin ook de resultaten van de leerlingen worden meegenomen.
Ons streven is om de activiteitenplannen van de teams leidend te laten zijn in de verdere ontwikkeling. Dat wil zeggen: de ervaringen bij de uitvoering van deze activiteitenplannen bepalen hoe het koersdeel van het locatieplan evt. wordt bijgesteld, en uiteraard hoe de activiteitenplannen van het volgend schooljaar er uit gaan zien.